Het Joint Effect Observer
(JEO) peloton is naar aanleiding van een legerplan in juli 2005 opgericht bij de 14e
Afdeling Veldartillerie. Aanleiding hiervoor was het streven om de
waarnemingscapaciteit in pelotons te concentreren, in plaats van het
versnipperen van deze functionaliteit over diverse eenheden. Hiertoe verhuisden de voorwaartse waarnemers van
het Brigade
Verkenners Eskadron (BVE) naar het
waarnemingspeloton bij de afdeling. Ook werd van de twee per pantserinfanteriecompagnie
aanwezige waarnemersgroepen één waarnemingsgroep naar de afdeling verplaatst. Verder
werd de waarneming en missieleiding
t.b.v. de luchtsteun aan grondtroepen, de zgn Tactical Air Control Parties, die
voorheen bij de
brigadestaf waren ingedeeld, in mei 2006 aan de afdeling toegevoegd.
Tezamen vormen deze groepen het Joint Effect Observer peloton, dat is ondergebracht bij de
Stafstafverzorgingsbatterij van de 14 Afdva.
Met de concentratie van de waarnemingscapaciteit
in een peloton, is het mogelijkheid om een 'joint effect' te
bereiken van: het aangrijpen van doelen vanaf de grond
(grondgebonden vuursteun), vanuit de lucht (luchtsteun) en/of vanaf zee
(scheepsgeschut).
Het peloton beschikt over Fennek
verkennings- en waarnemingsvoertuigen, die zijn uitgerust met radioapparatuur
en hardware om vuursteun aan te vragen vanaf land, vanuit de lucht en
vanaf zee.
Taken
De inzet van het JEO-pel gebeurt op brigade
niveau. Zo kan de brigadecommandant beslissen waar het zwaartepunt van de
vuursteunmiddelen gewenst is. Vaak zal het JEO-pel worden in gezet in de diepte.
Het gaat dan mee met
het verkenningseskadron van de brigade om zo vroegtijdig doelen in de diepte aan te kunnen pakken voor de brigade. Tevens
moet men de manoeuvrebataljons kunnen ondersteunen met hun
waarnemingscapaciteiten.
De brigade kan kiezen voor inzet
van een JEO-groep, welke wordt gevormd uit personeel en materieel van het
JEO-pel. Een JEO-groep bestaat dan uit twee voorwaartse waarnemers met een
Fennek met chauffeur/radiotelefonist (een zgn Brigade Voorwaartse Waarnemings
Groep t.b.v. de grondgebonden vuursteun en de vuursteun vanuit zee), en een
luchtsteunleider en laseroperator met een Fennek met chauffeur/radiotelefonist (een
zgn. Tactical Air Control Party t.b.v. de luchtsteun).
De taken van een JEO-groep is het
waarnemen van doelen en het aangrijpen ervan met grondgebonden vuursteun,
luchtsteun (Close Air Support ) en/of vuursteun vanaf zee (Naval Gun Fire Support). Dit moet
zowel in de diepte mogelijk zijn, als in nabije operaties (bataljonsoptreden
pantserinfanterie, tanks) en achtergebiedsoperaties. In deze operaties moet de
JEO-groep bereden, uitgestegen en te voet kunnen optreden. Een Brigade Voorwaartse Waarnemings
Groep en een Tactical Air Control Party kunnen los van elkaar
opereren, maar dan is het geen JEO-groep meer.
Structuur
Het JEO-pel staat onder leiding van een kapitein, met als plaatsvervanger een
opperwachtmeester. Verder beschikt het peloton over 6 luitenants, 10
wachtmeesters/sergeants en 11 korporaals. Daarvan vormen drie 'setjes' van een luitenant,
een wachtmeester/sergeant en een korporaal, ieder een Tactical Air Control Party, waarbij de luitenant
de luchtsteunleider is (Forward Air Controller) en de wachtmeester/sergeant de
laseroperator is (Laser Target Marker Operator). De overige luitenants en wachtmeesters
vormen de Brigade Voorwaartse Waarnemings Groepen.
Voorwaartse waarnemers
Het
gehele proces dat uiteindelijk leidt tot het daadwerkelijk en effectief
uitbrengen van artillerievuur begint met de opsporing en waarneming van
mogelijke doelen. Van oudsher zijn hiervoor voorwaartse waarnemers ingedeeld bij
de veldartillerie. Zij observeren (mogelijke) doelen en verzamelen informatie om
deze doelen te bestoken. Een riskante job, want de waarnemers bevinden zich
relatief dicht bij de beoogde doelen en de vijand is zich er van bewust dat ze
‘de ogen‘ van de artillerie-eenheden vormen. In een oorlogssituatie zijn
waarnemers dan ook gewilde doelen voor de vijand.
In vroeger tijden waren een verrekijker, een
kompas en stafkaarten de belangrijkste hulpmiddelen van de voorwaartse waarnemer
bij de bepaling van de coördinaten van een doel, later kwamen daar een
laserafstandsmeter, laservolgunit en GPS bij. Als de positie van het te bestoken
doel is bepaald, vraagt de waarnemer vuur aan bij een vuursteuneenheid en kan
het doel worden bestookt.
Sinds
1979 is het pantserrupsvoertuig YPR-765 (in de verkenningsuitvoering) het
standaard vervoermiddel van voorwaartse waarnemers. Dit verouderde voertuig
wordt inmiddels vervangen door de Fennek, een nieuw type wielvoertuig. De
instroom van de Fennek-VWWRN, een versie specifiek voor voorwaartse waarnemers
bij de artillerie, startte in maart 2007, toen de waarnemers van de 14e Afdeling
Veldartillerie werden uitgerust met het nieuwe voertuig. Deze Fennek is
uitgerust met een geïntegreerd geheel van
optische instrumenten, dat is gekoppeld aan plaats- en richtingbepalende
apparatuur. De zogenaamde waarnemingsopbouw bestaat uit een centrale computer,
warmtebeeld- en daglichtcamera's, een laserafstandsmeter, GPS-apparatuur en
beeldschermen voor de presentatie van de beelden.
Andere manieren van waarneming en
doelopsporing
Van
oudsher zijn er ook andere manieren om vijandelijke doelen te lokaliseren. Zo
werd reeds voor de Tweede Wereldoorlog vijandelijke artillerie ingemeten door
middel van geluid of licht. Bij geluidsmetingen werd geprobeerd de richting en
de plaats te bepalen op basis van het geluid van vurende vijandelijke
vuurmonden. Bij lichtmeting werd geprobeerd de locatie van de vijandelijke
artillerie in te meten aan de hand van de mondingsvlam. Beide methoden waren
niet erg precies. Licht- en geluidsmeting
behoren inmiddels tot het (verre) verleden. De huidige 101e Artillerie
Ondersteuningsbatterij werkt tegenwoordig uitsluitend met radars voor de
detectie van vijandelijke granaten, mortieren en raketten.
Naast
de 101e Artillerie Ondersteuningsbatterij kent de huidige artillerie nog een
onderdeel dat zich met doelopsporing bezighoudt: de 101e Remote Piloted Vehicle
(RPV) Batterij. Deze batterij gebruikt op afstand bestuurbare, onbemande
vliegtuigjes die zijn voorzien van hypermoderne camera‘s, die beelden naar een
grondstation verzenden. Daar analyseert iemand de beelden. Door de cursor op een
doel te plaatsen, kunnen de coördinaten ervan worden bepaald. Deze
doelinformatie kan dan worden gebruikt door een artillerie-eenheid. De batterij
maakt gebruik van Sperwers, RPV´s die door de Franse firma Sagem worden
geproduceerd.
Waarneming vanuit de lucht is overigens een verre
van nieuwe wijze van waarnemen. Vliegtuigen doen dit al decennia. Op de foto
hierboven is te zien hoe Britse artilleriewaarnemers tijdens de Eerste
Wereldoorlog een zeppelinachtige ballon gebruikten om vanuit de lucht te
observeren.