Tradities veldartillerie
& 14e Afdeling
Veldartillerie
Het Wapen der Artillerie is van
oudsher een wapen waarin traditie een belangrijke rol speelt. Op deze pagina
komen enkele belangrijke elementen uit de traditie van de veldartillerie en de
14e Afdeling Veldartillerie aan bod.
Sinte Barbara, de beschermheilige van de artillerie
Sinte Barbara is de beschermheilige der artillerie. Ze behoedt ons tegen bliksem, brandgevaar en plotselinge dood. Artilleristen over de gehele wereld beschouwen Sinte Barbara als hun patrones, maar ook andere beroepsgroepen, die met vuur en/of de dood te maken hebben, kennen Sinte Barbara als beschermheilige, zoals bijvoorbeeld mijnwerkers, doodgravers en brandweerlieden.
Omtrent het leven van de Heilige Barbara bestaan vele legenden. De bekendste legende is wellicht die waarin de Heilige Barbara in 254 na Christus in Nicodemië in Midden-Azië wordt geboren. Haar vader Dioscorus was een belangrijk persoon in het Romeinse keizerrijk en aanbad de goden van de Romeinen. Barbara daarentegen bekeerde zich op haar twintigste tot het christendom. Haar vader kon dat niet verkroppen en liet haar opsluiten in een toren. Tijdens de afwezigheid van haar vader slaagde Barbara erin een priester in de toren te laten, die haar doopte. Ze vluchtte uit de toren en kon zich verschuilen in een grot, die ontstond toen een berg als bij wonder openscheurde.
Ze wordt echter verraden, waarna ze wordt gemarteld en uiteindelijk onthoofd. Op het moment van de onthoofding treft haar vader echter een felle bliksemschicht, die hem volledig verast. De donderslag die volgt is ongekend hevig. De menigte, die het schouwspel heeft gadegeslagen, verspreidt zich in allerijl, of men valt op de knieën en bekeert zich tot het christendom.
Bovenstaande legende geeft echter niet direct aan waarom Sinte Barbara de beschermheilige van de artillerie is geworden. Een andere versie van de legende, waarin Barbara in de 6e eeuw in Afrika wordt geboren, zich bekwaamt in de alchemie en een soort ‘magische’ springstof uitvindt, waarmee ze vijanden te lijf gaat, zou de relatie met de artillerie kunnen verklaren.
Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt in Nederland de naamdag van Sinte Barbara ieder jaar
op 4 december gevierd. Meestal gebeurt dat ’s avonds in de officiersmess. Het samenzijn wordt geopend met het nuttigen van enige vloeibare versnaperingen, waarbij het eerste glas wordt geheven op het wapen der artillerie of op Sinte
Barbara. Jonge officieren worden op deze avond soms getest op hun kennis van het lied der artillerie en worden zonodig bestraft voor het niet voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de kennis van tekst en melodie van het lied. Soms worden er voordrachten gehouden. Meestal vertelt één van de aanwezigen de legende van Sinte Barbara op min of meer serieuze wijze.
De traditie van het 14e Regiment Veldartillerie (14 RA)
Het is binnen de Nederlandse veldartillerie reeds
lange tijd een gewoonte om de tradities van eenheden in stand te houden, door
deze van eenheid op eenheid over te dragen. 14 Afdva zet de traditie voort van
de derde afdeling van het 14e Regiment Veldartillerie (III-14 RA). 14 RA ontstond op 28 Augustus 1939 uit het 4e en 8e
Regiment Veldartillerie. Op 14 mei 1940 werd 14 RA ontbonden. De traditie van
III-14 RA is in de loop van de tijd door verschillende eenheden voortgezet:
Op 5 november 1956 door de 5e Afdeling van het
'Regiment Veldartillerie Prins Frederik'
Op 2 September 1974 door de 14
Afdva
Na september 1975 door de 43
Afdva
Vanaf 1996 door het Korps Veldartillerie.
Vanaf 1 oktober 1999 door de nieuw
gevormde 14 Afdva
De geschiedenis van 14 RA en verdere informatie
over het regiment, vind je op de pagina over 14 RA
op deze site.
Het Artillerie Schietkamp (ASK) & de Legerplaats bij Oldebroek
De Legerplaats bij Oldebroek en het Artillerie Schietkamp vormen sinds jaar en dag het kloppend hart van de Nederlandse artillerie. Geen (oud-)artillerist die nooit op deze locatie is geweest.
In de tweede helft van de 19e eeuw
besloot de toenmalige Ministerie van Oorlog uit te zien naar een nieuw groot oefenterrein voor de
artillerie. De keuze viel op de heidegronden bij Oldebroek, gelegen bij 'De Knobbel', een heuvel tussen
Elburg en Epe in de noordoost hoek van de Veluwe.
Op 2 juli 1877 klonken de eerste schoten over het terrein. De militairen leefden in tenten; vaste gebouwen moesten nog gebouwd worden.
In de navolgende jaren werd het kamp stukje bij beetje opgebouwd. Er verschenen legeringgebouwen, keukens, een stenen hospitaaltje, enzovoorts. Langzaam werd het kamp rond het schietterrein steeds meer een echte legerplaats en groeide het uit tot wat men nu nog kent als de ‘Legerplaats bij Oldebroek’. De legerplaats werd ruimtelijk opgezet en voorzien van gazons en siertuinen.
De gebouwen
waren in een landelijke, chaletachtige
stijl. Inmiddels staan enkele van de gebouwen uit de begintijd van het kamp op de monumentenlijst.
In 1922 kreeg het schietterrein haar huidige naam: het Artillerie Schietkamp (ASK)
Het terrein 'ademt' artillerie: her en der zijn er historische vuurmonden opgesteld, het Artilleriemonument heeft er zijn plaats en bovendien is het Nederlands Artillerie Museum op het terrein gevestigd.
Het Artilleriemonument is opgericht ter nagedachtenis van alle artilleristen die zijn omgekomen, onder meer tijdens de Tweede Wereldoorlog, in het voormalig Nederlands-Indië en in Korea.De officierskantine
heeft een aantal gedenkramen, met daarop in glas in lood de namen van alle officieren en aspirant officieren der artillerie,
die gesneuveld zijn in de periode 1940-1950.
De Legerplaats bij Oldebroek is dé plek waar de traditie van de Artillerie leeft en in stand wordt gehouden. Diverse stichtingen en verenigingen binnen de artillerie zijn op de Legerplaats bij Oldebroek gevestigd en/of houden er regelmatig vergaderingen en bijeenkomsten. De Legerplaats bij Oldebroek is tevens de plaats waar veel belangrijke momenten uit de historie van de artillerie hebben plaatsgevonden en waar nog steeds belangrijke ceremoniële artillerieaangelegenheden plaatsvinden.
De
14e Afdeling Veldartillerie is regelmatig op de Legerplaats bij Oldebroek en het
Artillerie Schietkamp te vinden, zowel voor bijeenkomsten als voor
schietoefeningen.
Het Artillerielied
In 1955 werd de Artillerie Commissie in het leven geroepen. Deze commissie
had tot doel het formuleren van gedragregels en gebruiken bij het Wapen der Artillerie. Eén van de eerste daden van de commissie was de uitvaardiging dat het lied van de veldartillerie voortaan het Artillerielied zou worden genoemd en het officiële lied van het Wapen der Artillerie zou zijn. Het van oorsprong Franse lied was reeds sinds de vertaling naar het Nederlands in 1881 bekend binnen de Nederlandse artillerie, onder andere als 'Het Lied van de Veldartillerie' en 'Onze Veld'. Ondanks dat het lied het meest betrekking had op de veldartillerie, werd toch besloten het tot het officiële lied van het gehele Wapen der Artillerie te bombarderen. De redenatie was dat het inmiddels ook niet meer geheel van toepassing was op de veldartillerie en dat dat dus geen reden kon zijn om het niet voor de overige onderdelen van het Wapen der Artillerie te laten gelden, ook al had het op die onderdelen nog minder betrekking. De commissie legde tevens een aantal reeds bestaande gebruiken omtrent het zingen van het Artillerielied vast. Eén van die oude gebruiken was dat het vijfde couplet alleen mocht worden gezongen na toestemming van de oudst aanwezige artillerist. Het zingen van het lied viel overigens niet altijd mee, want pas beëdigde officieren 'zakten' regelmatig voor het zingen van het lied, wat hen niet in dank werd afgenomen.
Het
artillerielied
Muziek:
J.C. van Gheel Roëll. Oorspronkelijke tekst: W. de Villeneuve. Nederlandse
vertaling: onbekend.
Wat dreunt daar op die heide,
Wat blinkt daar in het verschiet?
Wat dondert tussenbeide
Dat men door 't stof niet ziet?
Hoe flikkeren die zwaarden
Wat forse melodie,
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie!
De kruitdamp is hun leven,
't Kanon is hun banier.
De hoop daarvoor te sneven
Bezielt elk Kanonnier.
Zij haken naar den strijde
Voor Vaderland en Vorst.
Voor Land en Koning beide
Klopt steeds hun mannenborst.
Van 't paard naar 't stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot.
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij 's vijands rot.
Rent d' overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal.
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val.
Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier.
En meisjes schoon van leden,
Zijn op hun liefde fier.
Waarmoed zit heerst ook trouwe,
Door kracht nooit uitgeblust.
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust.
Hoera dus voor ons wapen,
Lang leevl de kanonnier.
Lang leev' die forse knapen,
Des legers schoonste sier.
Hun leus zij, steeds te strijden,
Werwaarts ook d' eer hen zendt.
Voor land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment.