Historie
  14 Afdva
  14 RA
  Traditie
  Commandanten
 

 Geschiedenis 14e Regiment Artillerie (14 RA) 

De 14e Afdeling Veldartillerie zet de traditie voort de van III-14 RA, de 3e Afdeling van het 14e Regiment Artillerie. Deze pagina gaat in op de geschiedenis van 14 RA en de gebeurtenissen rond III-14 RA.

Oprichting en mobilisatie

14 RA ontstond op 28 Augustus 1939 uit het 4e en 8e Regiment Veldartillerie (RVA), beide gelegerd te Ede. Regimentscommandant was majoor C. de Wijs. Het regiment bestond uit een Staf 14 RA en 3 afdelingen: I-14 RA, II-14 RA en III-14 RA. Elke afdeling bestond uit 3 batterijen. Elke batterij op zijn beurt beschikte over 4 vuurmonden 12 cm Lang Staal. 

Geschut 12 cm Lang Staal - Klik om te vergrotenOp 24 augustus 1939 werd de algemene mobilisatie afgekondigd waardoor op 28 augustus de voormobilisatie van 14 RA plaats vond te Gorinchem. De vuurmonden 12 cm Lang Staal, die het regiment ter beschikking kreeg, waren oorspronkelijk bedoeld voor de vestingartillerie en waren verouderd en bijzonder moeilijk te verplaatsen. Men had in 1928 de vuurmonden uitgerust met brede stalen banden om de houten wielen heen, dit om de terreinvaardigheid te vergroten. Toen de vuurmonden tijdens de mobilisatie voor het eerst sinds lange tijd weer gebruikt werden, bleken de houten wielen uitgedroogd waardoor de stalen banden de neiging hadden om eraf te lopen. De oplossing was dat de wielen veelvuldig nat gemaakt moesten worden tijdens de verplaatsingen. Het marstempo was 5 kilometer per uur. Een nare bijkomstigheid was dat de kanonnen geen remmen hadden. Dit gaf grote problemen als men een dijk af moest rijden. In een dergelijke situatie moesten dan dikke touwen met ijzeren haken eraan, naaigarens genoemd, aan de asdop worden bevestigd. De stuksbedieningen, drie man per touw, diende dan als remmers. Volgens de planning zou elke vuurmond de beschikking horen te hebben over 1400 schoten. In werkelijkheid waren dit er maar 500. 

Het stellinggebied van het regiment lag in het oostelijke gedeelte van de Vesting Holland bij Tull en 't Waal in de omgeving van Fort Honswijk. Hier bleef het regiment tot begin april 1940. De winter van 39-40 was bijzonder streng. De rivier de Lek, waar het regiment in de buurt in stelling stond, was geheel bevroren. De 1ste batterij van 14 RA is zelfs met een bespanning over de bevroren rivier getrokken. Door een veranderende kijk op de tactische situatie werd 14 RA samen met 17 RA op 17 april verplaatst naar het zuidelijke gedeelte van de Vesting Holland met de opdracht om de Moerdijkbruggen te beveiligen. De staf van het regiment werd in Oud-Beijerland gevestigd. De eerste en tweede afdelingen (I-14 RA en II-14 RA) hadden hun stellinggebieden in de omgeving van Numansdorp. De derde afdeling (III-14 RA) ging in stelling ten zuiden van Dubbeldam. Het personeel van de laatst genoemde afdeling werd 2 kilometer verderop in Dubbeldam ingekwartierd. Op 3 mei werd, moest om onduidelijke redenen, alle karabijnmunitie worden ingeleverd. Deze werd pas na het uitbreken van de oorlog weer verstrekt. Toen op 10 mei 1940 om 4 uur alarm werd geslagen omdat de Duitse invasie was begonnen, beschikte de batterijen enkel over 90 patronen voor de 'Lewis gun' mitrailleurs (2 magazijnen) en 24 patronen 9 mm van de pistolen van de officieren. 

De gebeurtenissen rond I en II-14 RA

Doordat er Duitse landingen op vliegveld Waalhaven plaats vonden kregen I-14 RA en II-14 RA de opdracht het vliegveld onder vuur te nemen. Dit was vanuit de stellingen bij Numansdorp niet mogelijk, daar de maximale dracht van de 12 cm kanonnen maar 7650 meter was. De afdelingen ondernamen verschillende pogingen om dichter bij het vliegveld te komen. Eenmaal opgesteld kwam het bericht dat het vliegveld inmiddels onbruikbaar zou zijn gemaakt, hetgeen op een vergissing berustte. Vervolgens werd vuur afgegeven op de Barendrechtse brug, waarbij de afdelingen zelf onder vuur kwamen te liggen van Duitse vliegtuigen. Vanwege geruchten dat de vijand over de Kil zou zijn gekomen, werden verschillende vuurmonden onklaar gemaakt en werd teruggetrokken naar het eiland Voorne en Putten. Vanwege de grote drukte bij het veer in Hekelingen moesten de afdelingen bovenop de dijk wachten, waarbij ze een enorme verkeersopstopping veroorzaakten. Tenslotte kwamen beide afdelingen aan in Zuidland, waar op nadere orders werd gewacht. Vanwege de capitulatie bleven deze uit.


De gebeurtenissen rond III-14 RA:

10 mei
1e Batterij III-14 RA met voorop luitenant Robbe Groskamp, Dordrecht, april 1940 - Klik om te vergrotenOnmiddellijk na het alarm kwamen er berichten dat Duitse parachutisten in de stellinggebieden van de afdeling waren geland. Daar de bemanningen 2 km verderop in Dubbeldam waren ingekwartierd, was er alleen een bewakingselement in de stelling achtergebleven. Deze moest, na een Duitser te hebben gedood, zich door gebrek aan munitie al snel terugtrekken. Er werd besloten om de stellinggebieden te heroveren d.m.v. een tegenaanval. Onder leiding van hun officieren ondernamen de stuksbedieningen een aanval op hun eigen stellingen. Tegelijkertijd trachtte een patrouille onder leiding van de afdelingscommandant, kapitein Dethmers, de afdelingscommandopost te heroveren. De aanvallen werden echter door de Duitsers met geweer- en mitrailleurvuur afgeslagen, waarbij 3 Nederlanders sneuvelden en er 20 gewonden vielen. 

Nadat de artilleristen zich hadden teruggetrokken werd een verdediging ingericht op de Zuidendijk. Vanaf dit moment werd de afdeling ingezet als infanterie. De afdeling bezette het gebied vanaf de spoorlijn Dordrecht-Moerdijk tot aan de Stevensweg. Men had hiervoor 4 lichte mitrailleurs ter beschikking. De Duitsers, die zich op een afstand van 600 meter voor de Zuidendijk hadden ingegraven, waren met ongeveer 200 man. Echter door nieuwe landingen, die de hele dag doorgingen, werden ze steeds talrijker. 

11 mei
In de ochtend van de 11 mei ondernam de afdeling, ondersteund door 3-I-28 RI en een aantal zware mitrailleurs, opnieuw een aanval op de oorspronkelijke eigen artilleriestellingen. Dit keer met succes. Alledrie de batterijstellingen werden heroverd en hierbij werden 7 Duitse para's gevangen genomen. De linkerbatterij was nog intact, van de middelste batterij waren de stukken in de sloot gegooid en van de rechterbatterij was de munitie vernietigd. Doordat er nieuwe luchtlandingen plaatsvonden, zowel voor als achter de stellingen, was men gedwongen deze weer te verlaten. De afdeling trok zich terug naar de rand van Dordrecht.

12 mei
Bij het aanbreken van de dag werd de afdeling aan de Lichte Brigade toegevoegd en kreeg het de opdracht om op te trekken naar de Zuidendijk. Hier werd, onder leiding van de commandant van de Lichte Divisie, majoor Van de Bosch, het middelste gedeelte van het vak aan de afdeling toegewezen. Het voorterrein werd door Nederlandse zware mitrailleurs en mortieren onder vuur genomen. 's Middags volgde een aanval waarbij de Nederlanders wederom oprukten tot aan de stelling Wielrechtsche Zeedijk. Na door vijandelijk artillerie onder vuur genomen te zijn, trok men zich wederom terug naar de Zuidendijk.

13 mei 
Monument te Dubbeldam, ter nagedachtenis van III-14 RA - Klik om te vergrotenBij het aanbreken van de dag werd de afdeling wederom ingezet bij een tegenaanval van de Lichte Brigade. Om 05.00 uur werden de opstellingen hevig gebombardeerd en met mitrailleurs onder vuur genomen. Op een paar lichtgewonden na, werden hierbij geen verliezen geleden. Even later verschenen er Duitse pantservoertuigen, die de afdeling beschoten. Door dit vuur was de afdeling gedwongen zich terug te trekken naar Dubbeldam. Daar het erop leek dat de panterwagens een omtrekkende beweging gingen maken met als doel de Nederlanders te omsingelen, is besloten om verder terug te trekken en een verdediging bij Dordrecht in te richten. Hierbij sneuvelde een hospitaalsoldaat. Om 20.00 uur kwam de opdracht om Dordrecht te ontruimen en terug te trekken over het Papendrechtse veer naar Gouda. 

14 mei
In Gouda werd III-14 RA in de loop van de dag weer herenigd. Nadat de afdeling compleet was, werd zij naar Den Haag gedirigeerd om opnieuw ingedeeld te worden. Hier aangekomen kwam het bericht dat het verzet moest worden gestaakt.

15 mei
In Den Haag werd overnacht in de manege van de Alexander-kazerne. De volgende ochtend moest op Duits bevel de gehele afdeling aantreden op het Binnenhof, waar de wapens werden ingeleverd. Vervolgens werden de officieren door de Duitse bevelhebber bedankt en waren vrij om te gaan. De rest werd afgevoerd richting Rotterdam. Geen van de aanwezige officieren maakte gebruik van de verleende vrijlating en allen verkozen om bij de mannen te blijven.


De organisatie van III 14 RA

Tijdens de mobilisatie bestond de afdeling uit:
13 reserveofficieren
2 beroepsonderofficieren
300 korporaals en manschappen.

Een batterij bestond uit:
3 Reserve officieren en een kornet, allen bereden met paard of fiets.
7 dienstplichtige onderofficieren, waarvan 4 bereden
12 stuksrijders
24 manschappen stuksbediening
3 manschappen verbindingen
1 rijwielhersteller
26 paarden, waarvan 23 van zwaar slag
16 fietsen

De uitrusting van een vuurmondbatterij bestond uit:
4 stukken 12 Lang Staal met elk een éénassige voorwagen zonder zitplaatsen. (de stuksbediening verplaatste te voet)
4 beddingwagens, die evenals de paarden tijdens de mobilisatie gevorderd werden. (De tuigen waren wel aanwezig)
2 lichte mitrailleurs met ieder één patroontrommel met zo’n 90 patronen.
Een officier had een 9 mm pistool met 24 patronen
De onderofficieren en manschappen waren uitgerust met een karabijn met elk 20 patronen.

Leden van 14 RA die in de strijd vielen:

Dethmers, W.J. Kapitein 1-III-14 RA, Dordrecht, 25-05-1940
Douwsma, F. g.d. 1-II-14 RA, Middelsluis, 10-05-1940
Van de Akker, H. g.d. St-III-14 RA, Dordrecht, 13-05-1940
Van Elten, J.H. g.d. St-III-14 RA, Dubbeldam, 10-05-1940
Pennings, L.J. g.d. St-III-14 RA, Dubbeldam, 10-05-1940
Ter Steege, J. g.d. St-III-14 RA, Dubbeldam, 10-05-1940
Westerdijk, G. g.d. 1-III-14 RA, Dubbeldam, 10-05-1940
.

Het geschut 12 cm Lang Staal 

De 12 Lang Staal was een product van Friedrich Krupp te Essen. Het kanon was ontwikkeld om ingezet te worden als vestingartillerie of als belegeringsgeschut. Daar de vuurmond zeer moeilijk te verplaatsen was, was hij derhalve niet geschikt voor de veldartillerie. De vuurmond was niet voorzien van een rem om de terugstoot mee op te vangen. Hiervoor werden er achter de wielen zware remwiggen geplaatst. Tijdens het schot rolde het kanon hierop omhoog, om vervolgens weer terug te rollen.

Het Nederlandse leger toonde interesse voor deze vuurmond en in 1876 werden er in eerste instantie twee aangekocht voor beproeving. Nadat de vuurmonden uitvoerig waren getest door de Commissie van Proefneming bij de legerplaats Oldebroek, werd in 1877 overgegaan tot de aanschaf van 60 kanonnen 12 Lang Staal voor de vestingartillerie. Uiteindelijk kocht de landmacht tenminste 157 vuurmonden van dit type. De 12 Lang Staal was het eerste stalen achterlaadgeschut van onze krijgsmacht.

Stuk 12 cm Lang Staal, 1e Regiment Onbereden Artillerie, jaren '30 - Klik om te vergrotenDoor de ontwikkeling die de artillerie doormaakte tijdens de eerste wereldoorlog nam het belang van forten en vestingen aanzienlijk af. Het accent kwam vrijwel geheel te liggen op de bewegelijke bereden artillerie. Toen in 1922 de landmacht als gevolg van bezuiniging moest inkrimpen werden de vier bestaande regimenten vestingartillerie gereduceerd tot één. De overtollige 12 cm Lang Staal kanonnen werden ondergebracht bij het 1ste en 2de Regiment Onbereden Artillerie. Het 1ste Regiment kreeg paarden om de vuurmonden te verplaatsen, het 2de Regiment kreeg de beschikking over Fordson landbouwtrekkers. Deze laatste konden zich alleen stapvoets voortbewegen.

De oorspronkelijke wielen (raden) van de 12 Lang Staal voldeden in zijn geheel niet voor de nieuwe taak. Daarom werden in 1928 de kanonnen en wagens voorzien van brede stalen velgen. Hierdoor zakte de vuurmond wel eens waar minder snel weg echter het toch al (in gewicht) erg zware geschut werd hierdoor nog zwaarder. Naast de hier bovengenoemde modificatie werd het kanon nog verder gemoderniseerd. Zo werd er een hoekmeter en collimateur (kijkerbuis) op de vuurmond gemonteerd en werd de staart van het kanon verbreed. Ondanks deze verbeteringen was het bijna niet mogelijk om te manoeuvreren met de 12 Lang Staal. Tijdens oefeningen kwam het veelvuldig voor dat de zes paarden (of vier zware paarden) die het geschut moesten voortbewegen, niet in staat waren te opereren in heuvelachtig gebied. Ook het op en af rijden van dijken was een onoverkomelijk probleem. Om deze reden was de 12 Lang Staal ongeschikt om ingezet te worden in de Nieuwe Hollandse Water-linie. 

In 1932 werd het 1ste Regiment Onbereden Artillerie opgeheven en het 2de regiment omgedoopt in Regiment Motorartillerie. De kannonen 12 Lang Staal werden bestemd voor de mobilisabele troepen. Het kanon werd gezien als het "stiefkind" van de artillerie. In 1936 kwam men tot de conclusie dat het wenselijk was de 12 Lang Staal te vervangen door de 10 Veld. Echter de Defensiebegroting van 1937 liet dit niet toe. Alles bleef zoals het was. De 157 beschikbare 12 Lang Staal kanonnen werden tijdens de Mobilisatie van 1939 toegewezen aan de vier nieuw opgerichte regimenten te weten: het 13e, 14e, 17e en 19e Regiment Artillerie. Elk regiment bezat 36 vuurmonden. De overige 13 vuurmonden werden in reserve gehouden. Van de 874 kanonnen die het gemobiliseerde Nederlandse leger in gebruik had waren er 424 volkomen verouderd. Tot deze laatste categorie behoorde de 12 Lang Staal en was zelfs het oudste geschut dat Nederland toen in de bewapening had.

Gegevens vuurmond:

 

Bouwjaar

1876

Kaliber

12,5 cm

Lengte loop

2.925 meter

Dracht

8500 meter

Vuursnelheid

2 schoten in 5 minuten

Tractie

4 of 6 paarden.

Bediening

7 man

Munitie

16,5 kg kartets; 20,5 kg granaatkartets; 16,5 kg brisantgranaat

 

 
 
 Zoeken
 Zoek op deze site naar: