Bij
Koninklijk Besluit nr. 26 van 1 juli 1950 werd bepaald dat er drie regimenten
veldartillerie zouden worden opgericht waaronder het 'Regiment
Veldartillerie Prins Frederik'. Dit regiment, voortkomend uit 3, 5 en 6
Regiment Veldartillerie, werd gelegerd in de Cort Heyligers- en
Wilhelminakazerne te Bergen op Zoom. Begin van de jaren '50 was het de taak van
dit regiment om de opleiding te verzorgen voor de middelzware veldartillerie.
Vanuit
het bovengenoemde regiment werd op 8 maart 1953 de 44e Afdeling Veldartillerie
(44 Afdva) opgericht. Deze afdeling werd op 16 maart 1953 gelegerd op de net
nieuw gebouwde legerplaats 't Harde (nu de Luitenant-kolonel Tonnet-kazerne).
Reeds in juni 1953 werd de afdeling overgeplaatst naar de Essen-Kool-Bergansius
Kazerne te Ede. De afdeling was onderdeel van de divisieartillerie van de 4e Divisie,
de op dat moment enige parate divisie van de landmacht. De afdeling was
uitgerust met de getrokken 155 mm houwitser M1, later de M114 genoemd. Deze werd
voortgetrokken door de High Speed
Tractor 13 ton M5.
In
1957 werd de 1e divisie (Expeditionaire Macht) opnieuw opgenomen in de parate
slagorde van de landmacht. Deze divisie was na zijn inzet in Nederlands Indië
in 1950 mobilisabel gesteld. Eind 1957 werd besloten dat de 44e Afdeling
Veldartillerie onder bevel van de 1e Divisie zou worden geplaatst geplaatst.
Volgens de toen geldende naamsconventies moest de afdeling omgenummerd worden;
het eerste cijfers uit de naam diende het nummer van de divisie te zijn en 44
Afdva zou dus 14 Afdva moeten gaan heten.
1958-1975,
de eerste parate periode van 14 Afdva
Op
12 januari 1958 werd
de naamsverandering doorgevoerd en ging 44 Afdva voortaan als 14 Afdva door het
leven. Reeds in 1959
won 14 Afdva voor de eerste keer de Lucardiprijs, de jaarlijks toegekende prijs
voor de beste afdeling veldartillerie. In 1966 kreeg de afdeling haar embleem,
zoals dat heden ten dage nog steeds door de afdeling wordt gebruikt. In een door
de afdeling uitgeschreven wedstrijd kozen de kanonniers van de afdeling het
ontwerp van de schrijver van de dominee: een aanstormende rode stier met zijn
kop laag gericht.
Eind
jaren '60 maakte de afdeling een aantal veranderingen door. In 1967 werd de High
Speed Tractor 13 ton M5 vervangen door de DAF YA616
vrachtwagen. Op 14 maart 1968 verhuisde 14 Afdva van Ede naar de Generaal
Winkelman kazerne te Nunspeet. De afdeling maakte sindsdien deel uit van de 12e
Pantserinfanteriebrigade van de 1e Divisie. In 1969 werd de M114 bij de 14 Afdva
vervangen door de gemechaniseerde 155 mm houwitser M109.
1 September 1975 werd 14 Afdva mobilisabel gesteld. Dit was het gevolg
van de Defensienota 1974-1983 waarbij de 12 Pantserinfanterie Brigade het zonder
zijn parate afdeling veldartillerie moest doen.
Wederopstanding
van de afdeling
Pas
na 23 jaar kwam er weer 'leven' in de afdeling. In het kader van de
'herschikking gevechtskracht 1997' werd per 1 oktober 1998 de 43e
Gemechaniseerde Brigade opgericht, waarbij een kleine kernstaf van de 14 Afdva
paraat werd gesteld, bestaande uit twee personen. Op 1 oktober 1999 werd de 14e Afdeling Veldartillerie opnieuw opgericht. De afdeling werd
gehuisvest op de Luitenant-kolonel Tonnet kazerne in 't Harde en uitgerust met
de gemechaniseerde 155 mm houwitser M109 A2/90. De afdeling had er 24 in de
bewapening waarvan er 12 waren opgeslagen in het mobcomplex te Coevorden. De
afdelingscommandant was luitenant-kolonel Baartman.
Op
31 januari stroomde het grootste gedeelte van het kader van de afdeling binnen.
De 154e Batterij Veldartillerie werd in april opgeheven, waarbij het personeel
in zijn geheel werd overgeheveld naar de 14e Afdva. Op 28 juni 2000 werd de
afdeling officieel paraat gesteld op het sportterrein van de Flevo Boys in
Emmeloord.
Veranderingen op allerlei
vlakken
Met
de veranderde taakstelling van de landmacht, werd personeel van 14 Afdva
uitgezonden naar Bosnië, Kosovo, Macedonië en Irak. Zo leverde de afdeling in 2001
in het kader van SFOR 9 en 10 (de Stabilisation Force op de Balkan, 9e en 10e
shift) personeel voor een zogenaamd Crowd, Riot and Control (CRC) peloton. In het
kader van SFOR 17 loste personeel van 14 Afdva in 2004 personeel van 41 Afdva
af, dat was ingezet in Liaison and Observation (LOT) teams in Bosnië.
Op 1 juli 2005 werd de afdeling uitgebreid. Op die dag werd de 41e Afdeling
Veldartillerie opgeheven en werd de Bravo batterij van die afdeling toegevoegd
aan de 14e Afdeling Veldartillerie, en ging het vanaf dat moment verder als de
14 Afdva Charly batterij. De nieuwbakken batterij adopteerde daarbij het chimaerasymbool, het symbool van de in 1991 opgeheven 41 Afdva Charly batterij.
Met de opheffing van 41 Afdva kent de Nederlandse artillerie nog maar twee
afdelingen: 14e Afdeling Veldartillerie en 11e Afdeling Rijdende Artillerie.
In juli 2005 werd het Joint
Effect Observer (JEO) peloton opgericht bij de 14e Afdeling Veldartillerie.
Aanleiding hiervoor was het streven om de waarnemingscapaciteit in pelotons te
concentreren, in plaats van het versnipperen van deze functionaliteit over
diverse eenheden. Hiertoe verhuisden de voorwaartse waarnemers van het Brigade
Verkenners Eskadron (BVE) naar het waarnemingspeloton bij de afdeling.
Ook werd van de twee per pantserinfanteriecompagnie aanwezige waarnemersgroepen
één waarnemingsgroep naar de afdeling verplaatst. Verder werd de waarneming en
missieleiding t.b.v. de luchtsteun aan grondtroepen, de zogenaamde Tactical Air Control
Parties, die voorheen bij de brigadestaf waren ingedeeld, in mei 2006 aan de
afdeling toegevoegd. Tezamen vormen deze groepen het Joint Effect Observer
peloton, dat is ondergebracht bij de Stafstafverzorgingsbatterij van de 14
Afdva. Met de concentratie van de
waarnemingscapaciteit in een peloton, is het mogelijkheid om een 'joint effect'
te bereiken van: het aangrijpen van doelen vanaf de grond (grondgebonden
vuursteun), vanuit de lucht (luchtsteun) en/of vanaf zee (scheepsgeschut).
Eveneens in 2005 werd
de afdeling uitgebreid met een weermeetgroep, die werd ondergebracht bij de Stafstafverzorgingsbatterij van de
afdeling.
Modern materieel &
uitzending naar Uruzgan
Eind 2005 startte 14 Afdva met de omschakeling naar de hypermoderne houwitser
PzH2000, de langverwachte opvolger van de M109. De eerste twee stuks PzH2000
werden in november 2005 afgeleverd op het Opleidings- en Trainingscentrum
Vuursteun (OTCVust) in ‘t Harde en na proefnemingen gebruikt voor omscholing
van de vuurmondpelotons van 14 Afdva. In 2006 mocht de afdeling zich opmaken
voor uitzending naar Afganistan om bij te dragen aan de Task Force Uruzgan, de
Nederlandse bijdrage aan de internationale troepenmacht ISAF in de
Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan. Drie splinternieuwe PzH 2000's gingen mee op
uitzending. Van augustus 2006 tot en met december 2007 verbleven
achtereenvolgens het A-, B-, C- en D-peloton van de afdeling ieder ca. 4 maanden
in de Uruzgan om met de nieuwe vuurmonden vuursteun te leveren. Hierna namen de
‘Gele Rijders’ van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie deze taak over.
Na
de invoering van de PzH 2000 mocht de afdeling in maart 2007 opnieuw uiterst
modern materieel verwelkomen: de Fennek, een een
ultramodern waarnemingsvoertuig,
voorzien van allerlei hightech middelen om
informatie te verzamelen. Bij het JEO-peloton werden acht Fenneks ingevoerd van
het type VWWRN een uitvoering
specifiek voor voorwaartse waarnemers. Veel later had deze instroom niet moeten
starten, want de oude YPR 765's van de waarnemers hadden al jaren daarvoor het
einde van hun technische en operationele levensduur bereikt en waren nog
nauwelijks inzetbaar.
Op 7 december 2007 werd de
afdeling ingekrompen door de opheffing van de Charly batterij. Met de opheffing
van deze vuurmondbatterij werd het aantal pantserhouwitsers PzH2000 bij de
afdeling teruggebracht van 18 naar 12. De reductie gaf invulling aan het
defensiebeleid, waarin maatregelen om de defensie en haar activiteiten
betaalbaar te houden, een belangrijke rol speelden.
Het afdelingsembleem
Het
embleem, de aanstormende stier, is ontworpen in 1966 door de schrijver van de dominee.
Hij won hiermee een wedstrijd die door de afdeling was uitgeschreven.
Omschrijving:
een zwart vlak met daarin een aanstormende rode stier met
zijn kop laag gericht.
Betekenis: de stier staat symbool voor onverzettelijkheid, gebundelde kracht
en snelheid. Rood en zwart zijn de kleuren van de artillerie.
De oorsprong van de naam van 14
Afdva
In
de jaren na de Tweede Wereldoorlog veranderde de landmacht zijn
onderdeelsnummering. Elke
divisie werd uitgerust met vier afdelingen veldartillerie, drie lichte en een
middelzware. De lichte afdelingen (de brigadeafdelingen) waren bewapend met de
25 ponder of de 105 mm houwitser M2A1.
Als
divisieartillerie fungeerde de middelzware afdeling die uitgerust was met de
155 mm M1 houwitser. De 105 mm en 155 mm afdelingen beschikten over drie vuurmondbatterijen met elk zes
vuurmonden.
De
eenheden divisieartillerie hadden een nummer bestaande uit twee cijfers. Het
eerste cijfer kwam overeen met de divisie, dus 1 t/m 5.
In
het geval van de lichte afdelingen was het tweede cijfer een 1, 2 of een 3,
overeenkomstig de te steunen gevechtsgroep.
Voor de middelzware afdelingen was het tweede cijfer een 4. Dit
had te maken met het feit dat dit cijfer gekoppeld was aan een type vuurmond. De
4 stond voor de 155 mm M1 houwitser (later M114 genoemd)
Andere
type vuurmonden die de landmacht in zijn arsenaal had waren ingedeeld bij de
legerkorpsartillerie. De nummering van de vuurmonden was als volgt:
de 6 voor het 155 mm
M1 kanon 'Long Tom' (later M59)
de 7 voor het 175 mm
M107 kanon, (ingevoerd in 1966)
de 8 en 9 voor de 203 mm
M1 houwitser. (later M115)
14 Afdva
maakte deel uit van de 1e Divisie en was uitgerust met de 155 mm M1 houwitser
(later M114 genoemd).
Na
verloop van tijd heeft de landmacht dit systeem van nummeren losgelaten.