De
tijd dat 'verbindelaars' vooral in de weer waren met lijntjes, veldtelefoons en
radio's, ligt inmiddels enige tijd achter ons. Tegenwoordig zijn 'verbindelaars'
feitelijk ICT-ers, die zich bezig houden met zaken als het operationeel houden
van de hard- en software bij de eenheden, het ondersteunen van de gebruikers van
de systemen en het beheren en onderhouden van netwerken en applicaties. De
verbindingsdienstelementen bij de diverse eenheden worden tegenwoordig aangeduid
als C2Ost-elementen (Command & Control Ondersteuningselementen), waarbij
Command & Control de kreet is die binnen de NAVO wordt gebruikt voor
commandovoering en de daarbij benodigde informatievoorziening en communicatie
t.b.v. operationele activiteiten. Het C2Ost-element bij de 14e Afdeling
Veldartillerie is de Command & Control Ondersteuningsgroep (C2OstGp), die is
ingedeeld bij de Stafstafverzorgingsbatterij van de afdeling.
Taken
De
Command & Control Ondersteuningsgroep van de afdeling heeft als taak het
uitvoeren van installatie- en de-installatiewerkzaamheden van het lokale netwerk
(Local Area Network, LAN) en het uitvoeren van technisch netwerkbeheer.
Het
personeel heeft niet alleen een operationele taak bij de afdeling, maar is
tevens verantwoordelijk voor de instandhouding van het netwerk op de
vredeslocatie. Op deze manier doen zij dagelijks ervaring op in het onderhouden
van netwerken en het ondersteunen van de gebruikers. We moeten hierbij denken
aan het verhelpen van storingen, het installeren van software, het vervangen van
hardware, maar ook het leggen van lijnen behoort tot de werkzaamheden.
Samenstelling
De
commandant van het C2Ost-element bij de 14e Afdeling Veldartillerie is een
sergeant-majoor. Deze fungeert tevens als netwerkmanager senior. Daarnaast is er
een sergeant netwerkmanager junior, een sergeant incidentmanager senior en een
sergeant incidentmanager junior.
De manschappen binnen de groep zijn medewerkers 'local support &
installation'. Bij de afdeling zijn dit er vijf, in de rang van soldaat/kannonier
of korporaal.
De
netwerkmanagers hebben als taak het in stand houden van het LAN en de koppeling
naar het WAN (Wide Area Network, het netwerk waar extern aan gekoppeld wordt).
De de incidentmanagers en de medewerkers 'local support & installation'
hebben een helpdeskfunctie. Zij zorgen dat problemen op lokaal niveau worden
opgelost. Hierbij moet gedacht worden aan het assisteren van gebruikers en het
oplossen van problemen bij gebruikers.
Bij
de gevechtsbatterijen zijn eveneens incidentmanagers ingedeeld.
Materieel
C2OstGp
De
groep beschikt over de volgende voertuigen:
2 x
vrachtwagen DAF YAS-4442 viertonner, waarvan 1 met een helpdeskshelter en
een kleinere servershelter met tussenshelter waar de verschillende kabels
en netwerkboxen in worden opgeborgen
1 x voertuig Mercedes Benz
290 lijn, waarmee de verschillende kabels over langere afstanden kunnen
worden uitgelegd.
1 x voertuig Mercedes Benz 290 algemeen, die
dient om de mobiliteit van de commandant en zijn plaatsvervanger te
garanderen op het moment dat het netwerk te velde is uitgelegd.
Overige
apparatuur ter beschikking van de groep:
1
x 20 kW-aggregaat, om alle eigen voertuigen netwerkboxen en randapparatuur
van stroom te voorzien.
Elke
gebruiker kan de beschikking krijgen over een VoIP-telefoon (Voice Over
Internet Protocol-telefoon) en een WS (Workstation), alwaar een aantal
applicaties op geïnstalleerd zijn, ter ondersteuning van het werk van de
gebruiker te velde.
2
x zwart/wit-printer,
die aan het netwerk hangen. Op de helpdesk staat een kleurenprinter.
1
x beamer met projectiescherm voor de grafische ondersteuning van
presentaties.
Command &
Control systemen
Command
& Control (C2) systemen dienen ter ondersteuning van de operationele
activiteiten en de commandovoering binnen de Nederlandse krijgsmacht. Het gaat
hierbij in wezen om het proces van het nemen van beslissingen m.b.t. acties in
relatie tot een steeds wisselende omgeving. De C2-systemen voorzien de eigen
eenheden hiertoe van een zgn. Common Operational Picture (COP): een van hoog tot
laag gemeenschappelijk en actueel beeld van de situatie in het
operatiegebied.
De
C2-systemen bestaan uit een generiek deel waarbinnen verschillende specifieke
softwaresystemen kunnen draaien, zoals bijvoorbeeld het
vuursteuninformatiesysteem AFSIS en het battle field management systeem BMS. Er
wordt gebruik gemaakt van een mobiele netwerkinfrastructuur met een
communicatielaag van hoog tot laag, via verschillende computer- en
communicatiesystemen. De C2-systemen voorzien in zgn. C2-consoles, die
verschillende applicaties aan de militair aanbieden als een coherente set van
functionaliteit. De C2-console is feitelijk de toegang tot alle
C2-functionaliteit, maar kan ook applicaties uit het kantoordomein in zich
hebben. De militair kan met de systemen neveneenheden zien, plannen maken,
bevelen geven en die gemeenschappelijk delen.
TITAAN
Voor
goede C2 is communicatie onmisbaar. Hiertoe deed in 2000 het geheel nieuwe
netwerksysteem TITAAN (Theater Independant Tactical Army and Airforce Network)
zijn intrede bij de landmacht. Het betreft hier een netwerk, dat is opgebouwd
uit ICT-componenten zoals routers, switches, kabels en
back-upstroomvoorzieningen. Met deze bouwstenen kan overal ter wereld snel een
betrouwbaar netwerk worden opgebouwd, dat afhankelijk van de inzet in omvang kan
worden aangepast. De lokale netwerken (LAN's) voor staven en bataljons of hoger
kunnen aan elkaar worden gekoppeld tot een groot netwerk (WAN). De LAN’s
worden dan door transmissiesystemen met elkaar verbonden, gebruik makend van
straalzenders en satellietcommunicatie. TITAAN voorziet verder in diverse
middelen om onderling te communiceren, zoals telefonie, e-mail en video. Tevens
worden via TITAAN gegevens en databases met elkaar uitgewisseld en kunnen deze
met elkaar gesynchroniseerd worden.